Cluny, de teruggevonden reliekschrijnen

Exposition permanente

Kom de relikwieën van de abdij ontdekken, die na 250 jaar afwezigheid terug zijn in Cluny.

  • Volledig tarief: 11 € Gereduceerd tarief (tot 26 jaar): Gratis 

  • Aanbevolen vanaf 12 jaar 

  • Reserveer uw toegangskaart

Presentatie

Door het bezit van relikwieën werd de abdij van Cluny al vroeg een bedevaartsoord. Oude teksten getuigen van de grote rijkdom aan relikwieën die in de schatkamer van de abdij werden bewaard. 

De schatkamer werd tijdens de godsdienstoorlogen geplunderd en tijdens de Franse Revolutie volledig vernietigd. De onverwachte herontdekking van verschillende relikwieën uit de 17e en 18e eeuw biedt de gelegenheid om de stand van zaken in kaart te brengen.

De geschiedenis van de relikwieën

Cluny kreeg pas laat relikwieën in bezit. In een brief aan Pons de Melgueil (de zevende abt van Cluny, overleden in 1126), zegt Hugues de Gournay dat in 981, bij de inwijding van de tweede kerk van Cluny, de relikwieën van Sint-Petrus en Sint-Paulus, verkregen dankzij de monniken van Sint-Paulus-buiten-de-Muren, in het hoofdaltaar werden geplaatst. Dit verslag uit de jaren 1120 beschrijft de overbrenging van de relikwieën vanuit de catacomben naar het Vaticaan en vervolgens naar het klooster Sint-Paulus-buiten-de-Muren; ze werden toevertrouwd aan Odon (de eerste abt van Cluny, overleden in 942), voordat de onveiligheid in Rome aanleiding gaf om ze aan Cluny over te dragen.

Cluny, ook wel „Klein Rome“ genoemd, kan de zogenaamde„ad limina“-bedevaart vervangen en verzamelt de relikwieën. Het verdeelt ze ook weer uit: abt Odilon (vijfde abt van Cluny, overleden in 994) schenkt bijvoorbeeld aan Monte Cassino een deel van de arm van de heilige Maur, metgezel van de heilige Benedictus. 

Détail reliquaire de Cluny, personnage priant

© Centre des monuments nationaux

Een eerste inventaris uit het Liber Tramitis, van vóór 1040, vermeldt een relikwieënkist met „het beeld van Sint-Petrus“ die maar liefst 17 prestigieuze relikwieën bevatte! Onder abt Pons kwamen inderdaad een stukje van het Ware Kruis en de vinger van de heilige Stefanus binnen, verkregen dankzij de abt van Notre-Dame de Josaphat, een voormalige Cluniacensische monnik.

De haarlok van Maïeul in zijn eenvoudige glazen potje onderstreept de nederigheid van de abdij, die zich aan het einde van het eerste derde deel van de 11e eeuw steeds duidelijker zag als het spirituele centrum van het christendom.

In beeld